Nederlandsch-Indië, 1946 t/m 1949
Brieven van een Nederlandse soldaat- Een duik in de oude doos


10.9.02  

"Batavia, 26-6-'46

Beste Leen,

Zoals je ziet zitten we nu op Java en vlak bij Batavia, namelijk in Meester Cornelis. Je brief van 1-6 heb ik vorige week vrijdag in Tandjong Priok ontvangen tegelijk met een brief van thuis, waarvoor mijn hartelijke dank. Heb je m'n brieven uit Port Said en Priok al ontvangen?
We zijn vorige week donderdag in Tandjong Priok aan land gegaan, een half uur nadat de boot aangelegd had.


Debarkatie te Tandjong Priok

Op de kade stonden al cantine-en transportwagens te wachten. Zodra we van boord af waren liep je langs een cantinewagen waar je een koek en een blikje bier kreeg en toen op de wagens die ons naar een transit-camp in de buurt van Priok brachten waar we twee dagen gelegen hebben. 's Morgens om 10 uur waren we in het kamp, dat vlak naast een kampong ligt. Het kamp was tamelijk primitief ingericht, de hutten waren van bamboe, maar met een houten vloer die plusminus 30 cm boven de grond lag.
Zo gauw we een hut hadden, hebben we de hele uitrusting neergelegd, wachten uitgezet en de rest is een kijkje gaan nemen in de kampong. Stoelen, tafels, banken of bedden waren er niet, maar drinkwater was er ook niet, en dat was beroerder. Je moet hier zo'n 6 liter vocht per dag naar binnen werken, maar om te beginnen deden we het met een liter. Maar ja, daar is het een transit-camp voor.

In de kampong kon je al direct bananen en klappers kopen, en de jongens werden vies overvraagd en betaalden dan ook veel te veel. Ik heb maar tot de volgende dag gewacht met kopen en kreeg toen een flinke tros bananen voor 50 cent, wat op het ogenblik zo ongeveer de prijs is. Rijst heb ik nog steeds niet geproefd, maar dat kan ook haast niet, daar dit artikel ontzettend schaars en duur is, zodat er ook dagelijks inlanders langs de weg liggen te sterven van de honger. Een rotgezicht hoor, en je kunt er niets aan doen, want zelf krijgen we ook niet al teveel en het meeste geef je nog weg aan inlanders.
Dat is zo fijn, joh, als je ziet hoe dankbaar ze zijn voor een beetje eten of een sigaret. Toen wij hier kwamen, werd je door iedereen nagestaard. Ik denk dat de Canadezen net zo'n gevoel gehad hebben in Holland als wij nu hier, in het begin een rotgevoel, maar het went al gauw.
's Middags zijn we in Nieuw-Zandvoort op het strand bij Priok in zee wezen zwemmen.
Het zit hier vol met de zogenaamde Ghurka's, de Brits-Indiërs, een vuil volkje grotendeels, en het is te hopen, dat die gauw vertrekken want ze verpesten meer dan ze goedmaken en je moet voor die lui zowat nog harder uitkijken als voor extremisten. Enfin, ik zal later daar nog wel eens wat over vertellen.
's Avonds zochten we een zachte plank op, spreidden ons grondzeiltje uit, hingen de klamboe op en hebben heerlijk geslapen. De warmte valt wel mee, behalve 's middags van 1 tot 4 uur, want dan is het niet te harden, maar dan is het ook rusttijd voor ons.

Zaterdagmorgen zijn we uit Priok weer vertrokken naar hier. Je hebt hier een goede wasgelegenheid, wat veel waard is en ook stromend water. Hier in het kamp zitten ook veel Ambonezen, in een woord moordkerels, waar de Hollanders heel wat aan te danken hebben. Ze spreken heel zuiver Hollands, zelfs beter dan het gros van de Hollanders!
Hier kregen we echter al snel een rotmededeling te horen, namelijk dat ons hele bataljon uit elkaar gaat en als aanvulling voor andere onderdelen gebruikt gaat worden. Toch is daar ook een goede kant aan, want je komt nu bij troepen, die al heel wat ervaring in de tropen opgedaan hebben. De eerste groep is al vertrokken naar Bandoeng. 't Zal me benieuwen, waar ik nu terecht zal komen. Maassluizers heb ik nog niet gezien, wel heb ik gehoord dat Jan Bruning op Celebes zit.
Ik kan nu ook al aardig Maleis spreken, verstaan is echter moeilijker, maar dat zal ook wel gauw gaan.
Dat je hier toch altijd nog enigszins uit moet kijken wordt zojuist weer bewezen doordat er 2 pemoeda's en gisteren ook 3 gegrepen werden. (Pemoeda's: vrijheidsstrijders)



Zij zitten nu vooraan in het kamp, aan de vlaggestok vastgebonden. Toch is het hier over het algemeen veilig en overdag loop je dan ook ongewapend. De toestand is me hier hard meegevallen, ook al waait in Batavia op het postkantoor, het paleis van Sharir en op het station de rood-witte vlag.


Vlag van de Republiek Indonesia


Station te Batavia



Ik moet dadelijk nog even naar Batavia om een zwembroek te kopen, dat kost hier zo'n vijftien gulden, dus je begrijpt wel waar je salaris hier blijft. Een gewoon glaasje ijswater kost op de pasar (markt) nog 40 cent!

In dit kamp slapen we op een stenen vloer, die echter op den duur ook weer zacht wordt. Hoe is verder alles in Amsterdam? Nou Leen, ik ga stoppen want het is inmiddels half drie en knap heet. Tot schrijfs dus. Groet allen!
Je broer
Aad."


Eindelijk in Indonesië

posted by Astrid | 12:10 a.m.
OVW.jpg


Lees het gastenboek
Teken het gastenboek
archief
links
Who Links Here