Nederlandsch-Indië, 1946 t/m 1949
Brieven van een Nederlandse soldaat- Een duik in de oude doos


12.9.02  

Klender, Java, 5-7-‘46


Beste Leen,

Gisteren heb ik je brief van 28 juni uit Zwolle ontvangen. Zojuist was ik in de cantine en kon ik dit papier kopen, zodat ik nu weer een beetje behoorlijk papier heb. De post uit Holland vandaan schijnt niet erg door te komen de laatste tijd, want Moe schreef, dat ze al heel wat kranten gestuurd heeft, maar ik heb nog niets ontvangen. Ik denk dat het komt doordat we in die veertien dagen dat we nu hier zitten, al 4 keer verhuisd zijn. Enfin, ik zal je eerst even het voornaamste nieuws schrijven. Zoals je al weet, hebben we eerst in Priok gezeten, 2 dagen en zijn toen verhuisd naar Meester Cornelis, waar we 9 dagen gezeten hebben. Twee dagen voor ons vertrek vandaar werd ons medegedeeld dat we naar Bandoeng zouden gaan. ’s Morgens vlak voor het vertrek werd echter bekend gemaakt, dat de vliegraid niet doorging en dat we met de helft van onze compagnie ingedeeld zouden worden bij I-8 R.I. bij Klender.
Daar werden we gedetacheerd in een heel oud landhuis, waar ik twee dagen gezeten heb, waarvan een dag op wacht. Gisteren werden we verder ingedeeld en kwam ik eindelijk terecht waar ik al die tijd moeite voor gedaan heb, namelijk bij de verbindingsdienst voor opleiding tot telegrafist. Geluk gehad dus.



Ik was net een half uur in de tent hier, toen ik iemand hoorde zeggen, dat hij wel wilde dat er een Maassluizer in I-8 R.I. kwam. Ik er direct op af en toen zat daar Gert van der Hoest uit Maassluis, die hier als chauffeur is. Ik had helemaal niet gedacht hier nog een Sluizer aan te treffen, daar dit bataljon geheel bestaat uit mannen van de Veluwe. Maar hij is daar ondergedoken geweest en zodoende van de B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten) daar meegegaan naar I-8 R.I.
Hij heeft al vier maanden op Malakka gezeten en zit nu al weer maanden hier.

In het begin vond ik het beroerd dat ons bataljon uit elkaar ging, want ik zit nu als enige van onze compagnie hier bij de verbindingsdienst, maar achteraf bekeken ben ik blij toe, want die Veluwenaren (hun bijnaam hier is bloedduivels) zijn reuze toffe jongens, die veel voor elkaar over hebben en ons van alles op de hoogte stellen en overal mee helpen.
Zij zijn ook al verschillende keren in actie geweest o.a. ook bij en in het beruchte Bekassi, waar wij nu vlakbij zitten.
Ik draag nu ook op m’n mouw het teken van de Veluwe, nl, een blauw patje met een witte kip en daarboven het woord VELUWE.


Ik voel me al een hele Veluwenaar, dat begrijp je. Er zitten hier ook heel wat Barnevelders.

De voeding en verzorging is hier werkelijk af. Wat dat betreft heb ik het zolang ik in dienst ben nog niet zo goed gehad als hier. De voeding in Priok en Mr. Cornelis was, vergeleken bij hier, hopeloos. ’s Middags en ’s avonds kreeg je altijd dikke soep uit blik, waar ongeveer net zo’n smaakje aanzat als van de gaarkeukensoep op het laatst van de oorlog in Nederland.
Hier hebben we voor het eerst ook rijst gehad en 2 maal nasi goreng (Indonesische rijsttafel, sterk gekruid enz.), smaakt heel goed, maar je moet wel even wennen, de vlammen slaan soms je keel uit.



Toen we bij I-8 RI kwamen kregen we al direct een…veldbed, een soort draagbaar, zodat je je wel kunt voorstellen dat we, na de stenen van Mr. Cornelis nog nooit zo lekker hebben geslapen als hier. Verder werd er toen we aankwamen direct voor gezorgd, dat er koffie kwam. Je kunt je wel voorstellen, dat zo’ verzorging je goed doet, na al die tijd belazerd te zijn met veel dingen, zoals die sigaretten op de boot en dat was dan nog maar een kleinigheid.

Die grote brief die je me gestuurd hebt, heb ik tot m’n spijt niet ontvangen. Van Gerrit en Louis heb ik al 2 maanden niets gehoord, die post zal wel zoekgeraakt zijn.
Het klimaat hier valt me ontzettend mee. ’s Avonds is het heerlijk weer en tegen de morgen is het zelfs een beetje koud.
Indie is inderdaad een verdomd gevaarlijk land voor ons, wat de vrouwen betreft. Er is nu, na de Japanse bezetting zeker 98% van de vrouwen wat wij noemen rot. Ook vele Hollandse meisjes en vrouwen zijn door die gore, nu steeds glimlachende en groetende Jappen, gebruikt en niet zuiver meer. Als je hier dan ook eens wat oploopt kun je in de meeste gevallen je testament wel opmaken, want de gevolgen zijn hier heel wat erger dan in Holland. Veel tijd echter om in de gelegenheid te komen en met vrouwen om te gaan, hebben we gelukkig niet, want we hebben slechts 1 avond op de 4 vrij, dan vertrek je 6 uur ’s avonds uit het kamp en kom je tegen kwart voor 7 in Batavia, waar je dan om 9 uur weer vandaan moet wil je op tijd binnen zijn.
Op de Willem Ruys waren er (schrik niet!) 3 dominees . Onze eigen veldprediker is vertrokken naar Semarang met de kernachtige afscheidswoorden: “Kijk uit, jongens, dat je hier niet naar de bliksem gaat.”
Misschien heb je in Holland wel gehoord of gelezen dat Sharir ontvoerd is geweest. Dat is gedaan door een stel jongens, maar de pret duurde maar een dag, toen kwam mijnheer hier weer per vliegtuig terug.

Overigens is de Hollandse bevolking in Batavia me hard tegengevallen, want ze kijken je met de nek aan en voelen zich waarschijnlijk tegenover ons nog steeds de toean besar (grote meneer).

Nou Leen, om drie uur begint m’n dienst weer, dus ga ik stoppen. Ontvang de hartelijke groeten van Gert en een handdruk van mij.
Tot schrijfs dus.

Je broer,
Ad

posted by Astrid | 11:22 p.m.
OVW.jpg


Lees het gastenboek
Teken het gastenboek
archief
links
Who Links Here